Veiligheid en gezondheid

 

Veiligheid en gezondheid

o          Algemeen

o          Groepsgrootte

o          Weer

o          Gezondheid

o          Kleine en grote ongevallen onderweg

o          Verkeer

o          Zichtbaarheid

o          Zorg voor elkaar

o          Ruimte voor medeweggebruikers

 

Algemeen

  • De trainer van een loopgroep is duidelijk herkenbaar aan de door de vereniging verstrekte kleding: geel met opschrift “trainer Prins Hendrik”.
  • Iedere trainer draagt zijn persoonlijke gegevens bij zich in een ‘shoe-id’, die eenvoudig op de loopschoen te bevestigen is.
  • Niemand wil onderweg lopers kwijtraken. Zorg daarom dat nooit lopers uit het zicht raken. Achterblijvers blijven met z’n tweeën, na een interval altijd de laatsten ophalen, zeker in het donker. Lopers die structureel niet mee kunnen vormen een veiligheidsrisico. Het verdient aanbeveling om voor en na de training ‘koppen te tellen’.
  • Niemand verlaat de groep, ook niet voor een sanitaire stop, zonder dit te melden.
  • Trainers (hoofd- en assistent-) hebben de EHBO-opleiding met succes gevolgd. Ook reanimatie en AED-gebruik is onderdeel van het vaardighedenpakket van de trainer.
  • Van lopers is bekend als zij in het bezit zijn van een EHBO/reanimatiediploma dan wel arts of verpleegkundige zijn.

-terug naar boven-

 

Groepsgrootte

  • Een groep met één trainer is niet groter dan 20 personen. Als een groep groter is wordt gezocht naar mogelijkheden om te splitsen. Als er voldoende assistent-trainers beschikbaar zijn binnen de groep dan wordt dit opgevangen binnen de groep. Kan dit niet opgevangen worden binnen de groep dan neemt de verantwoordelijke trainer contact op met de loopsportcommissie i.c. de trainerscoördinator en wordt gezamenlijk naar een oplossing gezocht.

-terug naar boven-

 

Weer

  • Houd rekening met gladheid (ijzel, opvriezende sneeuw, hagel). Dit kan door routes op te zoeken waar gestrooid is, op gladde stukken te wandelen, of de training af te gelasten. Een en ander is ter beoordeling van de trainer.
  • Bij onweer wordt de training onmiddellijk gestaakt.
  • Tijdens en kort na een storm is het gevaarlijk om onder bomen te lopen in verband met vallende takken. Eventueel de training afgelasten.
  • Pas bij hoge temperaturen (> 25° C) de training aan: minder intensief, minder ver, tussendoor wandelen. Let op dat regelmatig en voldoende gedronken worden.

-terug naar boven-

 

Gezondheid

  • De lopers geven kennis aan de trainer(s) van eventuele medische beperkingen of ziektes, die tijdens de training een veiligheids- en of gezondheidsrisico kunnen geven. Dit geldt ook bij terugkeer na een ziekte of blessure.
  • Lopers worden geadviseerd iedere 3 jaar een medische keuring te ondergaan. Dit geldt vooral voor lopers ouder dan 40 jaar.
  • Bij twijfel adviseert de trainer een loper naar een arts of fysiotherapeut te gaan.
  • Prins Hendrik beveelt alle lopers ten sterkste aan om een zogenoemd shoe-ID te dragen met persoonlijke en eventueel medische gegevens. Deze shoe-ID’s zijn te koop in het clubhuis.

-terug naar boven-

 

Kleine en grote ongevallen onderweg

  • Neem altijd een mobiele telefoon mee (opgeladen, met voldoende beltegoed en bereik), met onder meer het telefoonnummer van het clubhuis van Prins Hendrik.
  • Weet waar je je bevindt, zodat je in geval van nood je positie kenbaar kunt maken.

Probeer bij een ongeval vast te stellen of het al dan niet spoedeisend is; weeg de kennis mee van de medische achtergrond van de betreffende loper. Voorbeelden van niet-spoedeisende ongevallen (blessures) zijn: vallen, verzwikking, diverse spierblessures, insectenbeet (check eventuele allergie), hondenbeet, tekenbeet.

Te nemen maatregelen:

  • Vaststellen of de training kan worden voortgezet, zo niet dan verlaat de loper onder begeleiding de training.
  • Bij verzwikking en spierblessures zo spoedig mogelijk voor koeling zorgen.
  • De trainer vult een Arbo-formulier in als er sprake is van een ongeval.

In geval van calamiteiten is tijd de belangrijkste factor.

  • Bel zonder aarzelen 112, geeft situatie en locatie door en wacht op instructies.
  • De trainer heeft hierbij een coördinerende rol.
  • Als het dichtstbijzijnde en afgesproken ontmoetingspunt met auto of helikopter op afstand van de locatie ligt, vorm dan een keten van lopers die ieder voor elkaar duidelijk in het zicht staan. Zij wijzen de gearriveerde hulpdienst de weg.
  • Creëer ruimte voor het slachtoffer.
  • Start bij hartstilstand met reanimeren.
  • Bij een ongeluk (het slachtoffer ademt!) het slachtoffer niet verplaatsen in verband met eventuele verwondingen aan nek- en ruggengraat.

-terug naar boven-

 

Verkeer

Risico’s in het verkeer zijn voor rekening van de individuele loper. Alle opdrachten en adviezen gegeven door de trainers, assistent-trainers en verkeersbegeleiders, door hen gedaan naar beste weten en handelen, hebben tot doel de groep een zo veilig mogelijke training te bieden. Bedreigende verkeerssituaties zijn echter niet te voorkomen, uiteindelijk handelen de leden in voorkomende gevallen naar eigen inzicht.

Wij trainen doorgaans op de openbare weg. Er zijn geen algemeen geldende richtlijnen voor hardloopgroepen op de openbare weg. Zij zijn voetgangers.

  • Voetgangers gebruiken trottoir of voetpad.
  • Als trottoir en voetpad ontbreken, gebruiken zij het fietspad. Op het fietspad houden zij rechts.
  • Als ook een fietspad ontbreekt, gebruiken zij de berm of de uiterste zijde van de rijbaan. Meestal is links van de weg lopen het veiligst omdat je dan het tegemoetkomend verkeer ziet aankomen.
  • Voetgangers zijn niet meer verplicht om buiten de bebouwde kom bij afwezigheid van voet- of fietspad de uiterste linkerzijde van de rijbaan te nemen. Bij het naderen van een scherpe bocht naar rechts kan het veiliger zijn om rechts te gaan lopen, zodat tegemoetkomende bestuurders niet verrast worden.

-terug naar boven-

 

Zichtbaarheid

Voetgangers zijn kwetsbare verkeersdeelnemers. We moeten ons bewust zijn van de aanwezigheid van ander verkeer. We moeten ons voorstellen wat het andere verkeer van ons ziet en ons daaraan aanpassen. We moeten een plaats in het verkeer innemen waar we door ander verkeer gezien en herkend kunnen worden en waar wij goed uitzicht op naderend verkeer hebben.

In het donker, bij schemer en bij slecht zicht overdag nemen we extra maatregelen:

  • Veel loopkleding is voorzien van reflecterende strepen. De verschillen zijn groot maar de mate van reflectie is doorgaans onvoldoende.
  • Prins Hendrik verplicht daarom iedere loper om tijdens trainingen in de schemer en het donker een reflectiehesje te dragen. Deze hesjes zijn in het clubhuis te koop.
  • Reflectiehesjes werken alleen als zij aangestraald worden door een lichtbron. Daarom verzoekt Prins Hendrik alle lopers extra (led)verlichting te dragen.
  • De eerste en de laatste loper in de groep dragen zeker extra verlichting.

-terug naar boven-

 

Zorg voor elkaar

  • Tijdens het lopen waarschuwen we elkaar: voor paaltjes en kuilen, tegemoetkomend en achteropkomend verkeer en onmiddellijk gevaar.
  • Trainers en lopers spreken anderen erop aan als zij zich niet aan de veiligheidsvoorschriften houden. Daarmee brengen zij immers elkaar en het andere verkeer in verwarring.

-terug naar boven-

 

Ruimte voor medeweggebruikers

  • Wij delen de weg met anderen en streven ernaar voor hen zo min mogelijk een obstakel te vormen.
  • Wij gedragen ons als ‘heer (m/v) in het verkeer’.

-terug naar boven-